VALE LA PENA
8 april 2014 - Tayrona National Park, Colombia
'Ik ga op reis en ik neem mee: een Carnet de voyage geschonken door Marlies Dupont, een pakje boterkoekjes gebakken door Lieve De Baes, dikke wollen wanten van mijn vader, mijn Belgische biergewoonten die ik aan Dieter Loots kan danken, een MP4-speler met dancehalltunes van mijn danchalldansers, mijn oriëntatievermogen en rijkunsten aangeleerd door Bruno, Wards goede contacten, mijn moeders kookkunsten, ongezoete/-zoute studentenhaver van Hanna, Lieve Bredas visie op onderwijs, Gerts tekenlessen, Kerewins observerend vermogen, Mimo Paules reizen zonder John en slaapzak, de tandenborstel van Maarten De Landsheer, mijn partyattitude met Heidi in het achterhoofd, een flacon whiskey van Natacha, Jef en Jachna, Thinkjes zotheid, Joachims vlugge aanpassingsvermogen, mijn vogelspottend oog van bij de JNM en Sybilles reisaphotheekje...
Na cultuur tijd voor wat natuur. Met ons klein backpackje gaan we richting National Park Tayrona. Een groot park met apen, stranden en oude indianenruïnes. Elena's blauwe ogen en blonde haren, mijn bleke huid verraden dat we geen locals zijn en daar maken de locals misbruik van. Elke keer wordt ons te veel aangerekend voor vervoer en we moeten in hakkelend Spaans van ons oren maken. Eens we aan de ingang staan wordt er 38 dollar gevraagd en we slikken want hebben beiden maar een beperkt cashbudget mee. Gelukkig hebben we ons niet laten doen door de locals, of we hadden geen geld voor eten meer. Na een warme tocht tussen de lianen, op houten paadjes, onder struiken, door mangroves komen we uit aan een prachtig wit, verlaten strand … Een houten bord informeert ons: 'Elk jaar sterven hier veertig mensen, zorg dat je geen deel wordt van deze statistiek.' Met onze voeten in het zand, het water durven we niet aanraken, sjokken we verder onder de mangrove struiken door. Dit zijn de stranden zoals op de postkaartjes en ik kan niet wachten tot ik een duikje in de zee kan nemen. We komen steeds meer en meer mensen tegen en tussen de struiken verschijnt een robuuste baai met rotsen en oude boomstammen... we hangen er een hele namiddag rond en doen wat toeristen doen.
Als de zonsondergang voorbij is, zetten we onze trip verder richting ons nachtvertrek: hangmatten. Bij de schemering worden de vogels en mijn vogelaarsoog wakker... ik spot bijeneters, een soort ijsvogel, vele reigers en besluit samen met Jeroen (een andere Belg) om de ochtend erna op dauwtrip te gaan... Frisse zeelucht wiegt ons in de hangmat in slaap en bij de eerste zonnestralen gaan we op pad. Ons waarnemingslijstje wordt gevuld met benamingen als: zwarte kikker met fluogele lijnen, vogel grootte van een merel en witte en zwarte strepen op het hoofd, rode buik, bruine vleugels, roofvogels met lange poten, zwaluwen met oranje buikjes, vleermuizen met grote oren, … ( de echte namen ken ik niet, maar zoek ik op in de bib in Cartagena). Met een vol waarnemingslijstje en volle maag doe ik mijn eerste boodschap van de dag en merk: diarree!
Na een ochtendduik in de warme oceaan klimmen we (ik met samengeknepen billen) over en onder rotsen richting 'El Pueblito', een dorpje bestaande uit oude ruïnes. Ik ben te enthousiast en sla mijn voet om maar doe mezelf stoer voor en wandel verder. Onderweg zien we reuze, blauwe vlinders, een miereneter klimt op een rots en vogel kleuren ons pad, we spotten nog net de staart van een rode-achtige quetzal. Na de klim komen we aan in El Pueblito en zijn een beetje verdwaasd van de hitte, we moeten nog twee uur dalen en in dit doefe weer en met ons tempo zullen het er drie worden... Mijn voetspieren beginnen te trekken, ik mank de hele berg af en negeer buikkrampen. Uitgeput komen we terug in de bewoonde wereld, kunnen nog net een bus richting Santa Marta halen, want daar moeten we heen om cash geld af te halen. Liefst voor het donker zodat we nog veilig terug naar onze eindbestemming kunnen. De bus die ons meeneemt wordt gestopt voor grenscontrole en terwijl er bakken gesmokkelde rum vanonder het dashbord worden gehaald en er boetes worden uitgedeeld zakt de zon achter het regenwoud weg en mijn moed in mijn schoenen (met steunverband) …
Bij de dichtstbijzijnde geldautomaat worden we eruit gesmeten en al strompelend doen we andere busjes stoppen om ons naar ons eindbestemming te brengen. Het is spitsuur, dus zitplaatsen zijn er niet en persen we ons toch nog in een overvol minibusje. We komen in het pikkedonker aan in Bonda en kunnen nog een mototaxi richting Finca Carpe Diem nemen... hier staat al een warm bord spaghetti op ons te wachten.
De dag erna bezoeken we een chocoladefinca, leren chocolade pellen, krijgen een chocolade masker en keren terug met benen vol muggenbeten... Na een duik in een waterval waarbij ik eens hard op een steen val en mij rug bezeer, lig ik in een hangmat en zie een kolibrietje naar nectar zoeken in een paarse bloem. Ik hoor een riviertje en een natuurlijke jacuzzi op de achtergrond, de zon glimt op bananenbladeren en ik wieg in de schaduw van een palmblad met een verse limonade in mijn hand. Ik denk op de krampen, de slappe benen, mijn lege portefeuille, de stijve rug, de verstuikte enkel en de jeukende muggenbeten na dat deze plaats niet veel verschilt van het paradijs. Ik hoor mijn mama op z'n Sleins zeggen: 'ne goeie keremis is ne gyselinck weirdt' en ze heeft gelijk, Vale La Pena, het was allemaal de moeite waard...




Dikke kus van 'Tante' Béné